“Geld dat in tweede instantie wordt gecreŽerd voor consumptie, speculatieve handel of financiŽle speculaties, leidt tot een aanwas van 'onproductief' geld.”

Joseph Schumpeter

De geldpers

De pers waarmee de munten worden geslagen is een originele Dutrannoit uit ca. 1920. De techniek van deze frictiepers is eigenlijk heel eenvoudig.

Een 380V tractiemotor houdt de twee vliegwielen in een constante draaisnelheid. Tussen deze twee vliegwielen bevindt zich het horizontale frictiewiel. Beide vliegwielen zitten op een as die met een handle heen en weer kan worden bewogen. Zodra het linker of het rechter vliegwiel nu tegen het frictiewiel wordt gedrukt, gaat de schroefspindel linksom of rechtsom draaien en wordt het stootblok (de 'beer') naar boven of beneden bewogen. De schroefbeweging naar beneden levert een heel groot momentum op en dat is wat uiteindelijk tot een zware klap op het werkstuk leidt.

De kracht van de klap bepaalt de kwaliteit van de munt. In het geval van de Dutrannoit pers is dat een klap van 120 ton. Om een idee te geven: dat is hetzelfde als een stapel van 66 Audi's A6 laten vallen. Deze kracht is ruim voldoende om ieder metaal kortstondig te laten smelten. Het materiaal waarin de munt wordt geslagen, ‘vloeit’ dus in het boven- en onderstempel.

In een normaal productieproces worden de munten aan één stuk door in een strip metaal geslagen. Daarna stanst een aparte machine de ronde munten uit de strip.

Wij slaan onze munten echter in één keer. Dat betekent dat de stempels in een ring worden gevat. In deze ring wordt dan een zogenaamde ‘rondel’ gelegd: een 3mm dikke schijf metaal met een iets kleinere diameter als die van de munt. Zo vloeit het metaal tussen de stempels en naar de zijkanten tot het door de ring niet verder kan. Na iedere slag komt de munt dus klem te zitten in de ring en moet hij er met een hardplastic pons uit worden getikt.

Omdat het bovenstempel exact in de ring moet vallen, is deze methode wat kritischer dan gewoon in een strip slaan en pas achteraf de ronde munten uit de strip stansen. Het levert echter wel altijd perfect gepositioneerde munten op.

Kwaliteit

Voor de kenners: al onze munten zijn van zogenaamde ‘Proof’ kwaliteit. D.w.z. dat zowel de stempels als de rondellen zijn gepolijst en dat de munten met minimaal 100 ton kracht zijn geslagen.

Bij munten is Proof de hoogst haalbare kwaliteit. De afbeelding in Proofmunten zijn vanwege de extra glans bijzonder fraai en scherp maar ze zijn ook heel kwetsbaar. In de gepolijste delen zijn namelijk zelfs de kleinste krasjes meteen zichtbaar. Ook het vet van onze huid heeft direct effect op het metaal. Daarom mag men deze munten eigenlijk alleen met handschoenen vastpakken. Om beschadigingen te voorkomen worden al onze munten direct in een muntcapsule verpakt.

 

Coöperatie Kunst Reserve Bank — Overtoom 256, 1054JA Amsterdam — T. 06 1226 3331 — info@kunstreservebank.nl