“Iemand die gelooft dat exponentiŽle groei oneindig kan doorgaan in een eindige wereld is geestelijk gestoord of een econoom.”

Kenneth Boulding

De stempels

De munten worden geslagen met stalen stempels. Als basis dient een staaf die op een draaibank tot een cilinder met exact de juiste diameter wordt gesneden. In dit blok kan vervolgens het ontwerp van de kunstenaar worden gegraveerd.

Traditioneel maakt de kunstenaar eerst een groot model voor de munt in klei of was waarvan dan een gipsmodel wordt gegoten. Met een zogenaamde pantograaf wordt het gipsmodel vervolgens afgetast en verkleind in het stempel gegraveerd.

Tegenwoordig worden de meeste ontwerpen echter op de computer gemaakt. In principe kan het ontwerp dan in één keer met een computergestuurde freesmachine in het staal worden gefreesd. Voor complexe ontwerpen is het echter beter enkele lagen eerst in grote sjablonen te frezen. Net als bij gipsmodellen worden die sjablonen vervolgens met de pantograaf in het staal gegraveerd. In ons geval is dat bijvoorbeeld gebeurd met het achtergrondpatroon en de randtekst 'ARS PECUNIAE MAGISTRA'.

In deze achtergrond kan daarna laag voor laag het 3D model worden gefreesd.

Het stempel is negatief – dus links wordt rechts en hoe dieper, hoe hoger in de munt. De kunst is natuurlijk om in een diepte van slechts 0.3 mm een realistisch 3D-effect te creëren. Dat effect is enerzijds afhankelijk van het ontwerp, maar wordt voor een belangrijk deel ook bepaald door de graveur. Die moet immers inschatten hoe diep welk deel van het ontwerp uiteindelijk komt te liggen.

Na dit computergestuurde freeswerk staat de afbeelding in het staal. In de afbeelding zijn echter nog alle banen van de frees te zien en die moet de graveur met de hand wegwerken. Dat gebeurt met allerlei precisie-instrumenten als burijnen en gutsen. Hier komt echt de hand van de meester aan te pas want de graveur moet alle rondingen en dieptes correct interpreteren. Tegelijk brengt hij alle details aan.

movie

Zo heeft meestergraveur Lei Lennaerts van Venrooy Goud en Zilverindustrie de gravure van onze muntzijde gemaakt. Dit wordt dus de standaard 'achterkant' van onze munt – de andere zijde wordt telkens door een andere kunstenaar ontworpen. In het cartouche tussen de twee vliegwielen van de pers is ruimte voor het unieke serie- en stuknummer van de munt.

Dit stalen stempel moet vervolgens worden ‘gehard’. D.w.z. verhit tot een temperatuur van ca. 1200 graden en dan snel afgekoeld in olie. Hierdoor verandert de interne kristalstructuur en wordt het staal echt keihard.

Omdat dit proces het staal tegelijk heel bros maakt, moet het daarna worden ‘ontlaten’. Hierbij wordt het stempel opnieuw verhit tot een iets lagere temperatuur en daarna heel geleidelijk afgekoeld. Pas dan is het stempel zowel hard als ‘taai’ en kunnen er munten mee worden geslagen.

Meer informatie over graveerwerk vindt u op de website van Lei Lennaerts.

Coöperatie Kunst Reserve Bank — Overtoom 256, 1054JA Amsterdam — T. 06 1226 3331 — info@kunstreservebank.nl